MADRID – De Spaanse gewoonte om op oudejaarsavond om 12 uur op elke klokslag een druif te eten om zo een gelukkig en voorspoedig Nieuwjaar te hebben, viert zijn honderdste verjaardag. Het eten van Las doce uvas de suerte, een voor elke maand van het jaar, is volgens populair geloof terug te voeren tot de jaarwisseling van 1909-1910.
Tijdens die jaarwisseling had het dorp Viñalopó in de provincie Alicante een buitengewoon goede druivenoogst en besloot men met oud op nieuw druiven uit te delen voor goed geluk in het volgende jaar. In dit dorp worden druiven gefabriceerd die om te eten zijn en niet zoals in veel andere Spaanse gebieden, voor de wijn. Dankzij het verpakken van de druiven als ze nog aan de struik zitten, wordt de oogst een maand uitgesteld en in plaats van september/oktober pas in november/december uitgevoerd.
In 1962 begon TVE met het uitzenden van ¨Las 12 campanadas¨ vanaf de Puerta del Sol in Madrid en werd het eten van de druiven op televisie vertoond. Sindsdien worden er tijdens de 12 klokslagen in 60 seconden tijd 12 druiven op elke klokslag gegeten (dit jaar wordt dat 61 seconden, een seconde extra). Soms met succes maar vaak echter zonder succes want makkelijk is het niet. Gelukkig worden de druiven snel weggespoeld door Cava, de Spaanse Champagne.
De traditie van Las doce uvas de suerte werd al gauw overgenomen door Spaanse emigranten in andere landen en vele inwoners van Spaanstalige landen in Latijns Amerika. Naast het eten van de druiven bestaat daar ook de traditie van geld in de schoenen doen om fortuin te hebben in het nieuwe jaar, lopen met koffers om de mogelijkheid te hebben in het nieuwe jaar een reis te maken of rood of wit ondergoed dragen om veel liefde te hebben in het nieuwe jaar.
Bron: Redactie





