Dit nieuwsbericht is 1 jaar 7 maanden 1 dag oud. Het kan daarom gebeuren dat de informatie niet meer helemaal actueel is.
MADRID – (Redactie) Vandaag, 20 november, de dag dat oud dictator Francisco Franco 36 jaar geleden in 1975 overleed, is het tijd voor de tiende algemene parlementsverkiezingen sinds Spanje een democratie (eigenlijk een constitutionele monarchie) is. In totaal hebben 35.701.969 Spanjaarden, 630.000 meer dan tijdens de vorige verkiezingen in 2008, het recht om een stem uit te brengen. Hiervan wonen er 1.463.473 in het buitenland en hebben zij al hun stemmen de afgelopen dagen naar de stembus in hun land kunnen brengen.
De overige 34.238.496 kiezers wonen in Spanje en zullen op 20 november naar gemeentehuizen, buurtcentra en scholen gaan om hun stem in de stembus te doen. Bij de algemene 20N verkiezingen gaat het om afgevaardigden in de Congreso de los Diputos, het lagerhuis en de Cortes Generales, het hogerhuis oftewel het Senado.
Lagerhuis-hogerhuis /congres-senaat
Voor de 350 afgevaardigden in het lagerhuis/Congres hebben elk van de 50 provincies twee afgevaardigden en worden de andere 248 zetels verdeeld over de 50 provincies op basis van hun bevolking waarvan uiteraard Madrid met 36 en Barcelona met 31 zetels de grootste zijn. De kiezers dienen te kiezen uit gesloten en van te voren bekende lijsten met kandidaten zodat de kiezers niet individuele kandidaten kunnen kiezen. De stembiljetten voor het congres zijn WIT.
In tegenstelling tot het lagerhuis/congres staat het aantal senatoren in het hogerhuis/Senaat nooit vast. Daar waar in 2008 264 senatoren werden gekozen dienen de kiezers dat nu 266 senatoren te kiezen. De kiezers zelf kunnen echter maar 208 senatoren kiezen terwijl de overige 58 kandidaten gekozen worden door de autonome regio’s zelf, een per autonome regio en een per miljoen inwoners. Het stembiljet voor de senatoren is SEPIA van kleur waarbij de kiezer een kruisje kan zetten bij de meest geschikte kandidaat.
Buiten de generale parlementsverkiezingen van Spanje worden er in 145 gemeenten ook lokale verkiezingen gehouden. Op 22 mei van dit jaar werden er al gemeente- en regionale verkiezingen gehouden maar op sommige plaatsen in Spanje niet.
PP en PSOE
Ondanks het feit dat er meerdere politieke partijen zijn die zich hebben gemeld bij deze verkiezingen, wordt er in de pers en de peilingen bijna alleen gesproken over de Partido Popular (PP) met Mariano Rajoy als partijleider en de Partido Socialista Obrero Español (PSOE) met Alfredo Pérez Rubalcaba als kandidaat. Deze laatste partij heeft de afgelopen 7 jaar het land geregeerd en zal zwaar worden afgestraft voor de huidige situatie van miljoenen werkelozen en zeer slechte economische situatie. Over het algemeen gaat men er vanuit dat de PP de verkiezingen met een overweldigende meerderheid zal gaan winnen en dat Mariano Rajoy Luis Rodriguez Zapatero zal opvolgen als premier van Spanje.
Kosten
De kosten van deze verkiezingen lopen op tot 124 miljoen euro, een 5,8% minder dan bij de verkiezingen in 2008. Per Spanjaard die zal mogen kiezen kost deze verkiezingen dus 2,75 euro. Een groot deel van de kosten worden in beslag genomen voor het drukken van de 600 miljoen stembiljetten en enveloppen en de stembussen die overal geplaatst zullen worden.






















