Mogelijke gedeeltelijke vrijlating ETA-leden beroert Baskische gemoederen

Mogelijke gedeeltelijke vrijlating ETA-leden beroert Baskische gemoederen
Beeld: 123rf & Canva

Mogelijke gedeeltelijke vrijlating ETA-leden beroert Baskische gemoederen

Dit artikel is 7 maanden oud en kan dus niet meer actueel zijn.

BILBAO – Deze week kondigde de Baskische regering de mogelijke gedeeltelijke invrijheidstelling van een aantal ex ETA-leden aan. Acht gevangenen zijn kandidaat om zogezegde derdegraads gevangenen te worden: gevangenen die al gedeeltelijk in vrijheid worden gesteld. De aankondiging blijft echter niet onbesproken.

De afscheidingsbeweging ETA (Euskadi Ta Askatasuna of Baskisch Vaderland en Bevrijding) was een groepering die in 1959 werd opgericht. Ze opereerde in het Noorden van Spanje en het Zuidwesten van Frankrijk, waar ze strijd voerde voor een onafhankelijk Baskenland. De ETA kreeg internationale bekendheid door een reeks terroristische aanslagen. Ze legde pas de wapens neer in 2017, om in 2018 ontbonden te worden. Alles bij elkaar maakte de ETA 829 dodelijke slachtoffers.

Een deel van de strijders van ETA zit nog achter de tralies . Volgens gegevens van de Baskische overheid gaat het in totaal om 75 gevangenen. Deze week kondigde de Baskische regering de mogelijke semi-vrijlating aan van 8 gevangenen . Ze zouden dan zogeheten gevangenen van de derde graad worden: een status voor gevangenen die geacht worden om te kunnen gaan met semi-vrijheid, of voor gevangenen die terminaal ziek zijn.

De slachtoffers van ETA uiten meteen hun ongenoegen om de uitspraak. De regering benadrukte echter dat elk geval apart moeten worden beoordeeld. De afgelopen maanden werden zo al 3 ex-leden van de ETA gevangenen van de derde graad. Zowel de Asociación de Víctimas del Terrorismo (AVT -‘organisatie van slachtoffers van terrorisme) als het Colectivo de Víctimas del Terrorismo (Covite – Collectief van slachtoffers van terrorisme) vroegen de overheid hun overweging terug in te trekken. 

Volgens de organisaties voldoen de 8 gevangenen niet aan de legale voorwaarden voor de gedeeltelijke invrijheidsstelling. De overheid is het daar voorlopig niet mee eens en baseert de keuze op de gevorderde leeftijd van de gevangenen, die allen ouder zijn dan 75.