Bacteriële infectieziekte Q-koorts uitbraak in Vila Joiosa

Bacteriële infectieziekte Q-koorts uitbraak in Vila Joiosa
Beeld: 123rf

Bacteriële infectieziekte Q-koorts uitbraak in Vila Joiosa

Dit artikel is 3 jaar oud en kan dus niet meer actueel zijn.

ALICANTE – Tenminste vijf personen waaronder jonge kinderen zijn opgenomen in ziekenhuizen vanwege een besmetting met Q-koorts (fiebre Q). Dat is in alle gevallen gebeurd in en rondom de gemeente Vila Joiosa aan de Costa Blanca. Men spreekt van een uitbraak van een ziekte wanneer er twee of meer gevallen van eenzelfde ziekte zijn.

Q-koorts is een bacteriële infectieziekte die kan worden overgedragen van dieren op mensen, een zogenaamde zoönose. Deze wordt veroorzaakt door de intracellulair levende, gramnegatieve bacterie Coxiella burnetii.

Op vrijdag is de gemeente Vila Joiosa begonnen met schoonmaakwerkzaamheden op het terrein waar men meent dat de infectie vandaan komt. Zo gaat de gemeente mest, uitwerpselen en overblijfselen van dieren verwijderen omdat deze te dicht bij de inwoners te vinden zijn. De risicozone zal bewerkt worden met antiparasitaire middelen. Dit alles zal gebeuren in het deel van Vila Joiosa genaamd Gasparot.

De Q-koorts is een ziekte die overal op de wereld kan voorkomen zoals ook in Nederland en België waar jaarlijks tussen de 5 en 15 besmettingen plaatsvinden. In Nederland spreekt men op Wikipedia zelfs over 100.000 besmette gevallen waarbij 25 mensen aan de ziekte zijn overleden en Nederland officieel in de boeken staat als het land met de grootste uitbraak van Q-koorts ooit.

Besmetting leidt in ongeveer 60% van de gevallen niet tot ziekteverschijnselen, bij de overige 40% komt het tot griepachtige verschijnselen zoals koorts, hevige hoofdpijn, koude rillingen, zweten, spierpijn, misselijkheid en braken, diarree of een verlaagde hartslag. Allerlei complicaties zijn mogelijk, waaronder endocarditis. Na een tot twee weken treedt gewoonlijk herstel op. Zwangere vrouwen en mensen met een lage weerstand hebben een verhoogd risico op ziekteverschijnselen na een besmetting en op een zwaarder verloop.

De behandeling van een acute besmetting gebeurt meestal met antibiotica gedurende twee tot drie weken. Gebruikte antibiotica zijn chinolonen, (zoals ciprofloxacine en ofloxacine), tetracycline, macroliden en eventueel ook doxycycline, chlooramfenicol, en hydroxychloroquine. De behandeling van de chronische geschiedt met de combinatie van het antibioticum doxycycline en het middel hydroxychloroquine gedurende 6 tot 12 maanden.