Bijna half miljoen jongeren in Spanje studeren en werken niet

Bijna half miljoen jongeren in Spanje studeren en werken niet
Beeld: 123rf

Bijna half miljoen jongeren in Spanje studeren en werken niet

Dit artikel is 10 maanden oud en kan dus niet meer actueel zijn.

MADRID – Volgens een ‘bliksemonderzoek’ van Asempleo zijn er bijna 500.000 zogenaamde ni-ni’s in Spanje, een afkorting van NI estudiar Ni trabajar (NIET studeren NIET werken). In totaal gaat het om 11,4% van het totaal aantal jongeren tussen de 14 en 25 jaar waarmee Spanje op Italië met 19% na het hoogste aantal ni-ni’s heeft binnen de Europese Unie.

Uit het onderzoek moet blijken dat het aantal niet werkende en niet studerende jongeren onder de 25 jaar het maximale ooit van 2013 benadert. Op dit moment wordt er door Asempleo gesproken over 495.000 ni-ni’s in Spanje tussen april en juni 2021.

Van die 495.000 ni-ni’s tussen 14 en 25 jaar waren er ongeveer 300.000 werklozen die niet studeerden, het equivalent van 6,9% van de totale jonge werklozen. Ongeveer 195.000 inactieven studeerden niet, een 4,5% van het totaal aan inactieve jongeren.

Eurostat

In juli dit jaar wist Eurostat nog te melden dat het aantal ni-ni’s in Spanje naar meer dan 20% was gestegen. Daarbij ging het echter om de groep jongeren tussen 20 en 34 jaar oud en niet zoals bij het onderzoek van Asempleo bij jongeren onder de 25 jaar (tussen 14 en 25 jaar om precies te zijn).

Volgens Eurostat werkt en studeert iets meer dan een of de vijf jongeren niet in Spanje, dat is 22,3 procent wat lager is dan de 29 procent in Italië en 26 procent in Griekenland. Maar in Spanje is dat aantal ni-ni’s in 2020 met 3,6 procent gestegen, iets wat in geen enkel Europees land is gebeurd.

In Spanje steeg het aantal niet studerende en niet werkende jongeren tussen 20 en 34 jaar oud met 3,6 procent van 18,7 procent in 2019 naar 22,3 procent in 2020. Bij de mannen is dat percentage 20,6 procent en bij vrouwen 23,9 procent in 2020. 

Spanje staat met dit percentage op een zevende plaats van de lijst die wordt aangevoerd door Turkije met 38,1 procent en Montenegro met 34 procent. Ter vergelijking, in België is het aantal ni-ni’s 15,8 procent en in Nederland slechts 8,2 procent, op Zwitserland na het laagste van de Europa.