Vogelgriep vastgesteld bij kalkoenhouderij in Segovia waar 19.000 dieren zijn geruimd

Vogelgriep vastgesteld bij kalkoenhouderij in Segovia waar 19.000 dieren zijn geruimd
Beeld: Canva

Vogelgriep vastgesteld bij kalkoenhouderij in Segovia waar 19.000 dieren zijn geruimd

Dit artikel is 9 maanden oud en kan dus niet meer actueel zijn.

SEGOVIA – In Fuenterrebollo in de provincie Segovia in Castilië en León is bij een grootschalige kalkoenhouderij vogelgriep (H5N1) vastgesteld. Om verspreiding van het virus te voorkomen zijn de 18.900 ‘pavos’ geruimd. Naast deze kalkoenhouderij worden nog eens tien andere boerderijen en pluimveehouderijen in de regio gecontroleerd op de aanwezigheid van vogelgriep.

In het gebied van 3 kilometer rond de besmette locatie liggen geen pluimveebedrijven. In de 10 kilometerzone van deze locatie liggen 10 andere pluimveebedrijven en boerderijen. Voor deze zone geldt per direct het vervoersverbod. In totaal worden 11 houderijen en boerderijen in de gaten gehouden in Castilië en León nadat bij een kalkoenhouderij in Fuenterrebollo vogelgriep (gripe aviar) werd vastgesteld en 18.900 kalkoenen geruimd zijn.

Het is in het geval van de kalkoenhouderij in Segovia niet bekend waar de vogelgriep vandaan komt. Het gaat om een modelboerderij waar de kalkoenen binnenshuis niet in kooien leven. De eerste conclusie is dat er ergens een menselijke fout is gemaakt. De kans is groot dat het H5N1-virus via mest of ander afval de kalkoenhouderij binnen is gekomen.

De vogelgriep is net zoals in andere EU-landen ook in Spanje aanwezig en in Catalonië moesten alle kippen al in een lockdown waar het pluimvee tot midden april binnen moet blijven. Door de dieren niet meer in open lucht te laten, hoopt men grote besmettingshaarden in te dijken.

Rond deze tijd van het jaar migreren veel vogels naar Centraal Europa, wat het risico op besmettingen zo groot maakt. Het gevaar in intensieve pluimvee fokkerijen is dat het virus gaat muteren, en hoewel dat bijna nooit gebeurd, springt het zo soms over op mensen ook. De intensieve legbatterijen en pluimveekwekerijen, waar vaak duizenden vogels bijeen gepakt zitten op een heel kleine oppervlakte, vormen de perfecte biotoop voor het H5N1-virus om lelijk huis te houden. Het is niet ongezien dat meer dan de helft van de kippen in zo een kwekerij komt te sterven na een uitbraak.