In Spanje lijkt een bezoek aan de dokter of het ziekenhuis vaak gratis. Dat komt doordat bijna iedereen gebruikmaakt van de openbare gezondheidszorg via de sociale zekerheid. Toch is die zorg allesbehalve kosteloos. De echte rekening wordt betaald door de staat en dus indirect door alle inwoners.
Het Spaanse ministerie van Volksgezondheid heeft berekend wat medische zorg zou kosten als je alles zelf moest betalen. Een simpel bezoek aan de huisarts of een gezondheidscentrum zou dan al meer dan 200 euro kosten. Ga je naar de spoedeisende hulp zonder verdere onderzoeken, dan loopt de rekening op tot ongeveer 174 euro.
Bij ziekenhuisopnames wordt het verschil pas echt duidelijk. Eén nacht in het ziekenhuis kost bijna 1.000 euro. Moet je meerdere dagen blijven, dan stijgt het bedrag snel. Ook bij bevallingen zijn de kosten hoog. Een normale bevalling kost bijna 3.000 euro, terwijl een keizersnede meer dan 4.200 euro kan kosten.
Bij ernstige ziektes of complicaties kunnen de bedragen flink oplopen. Een longontsteking met ziekenhuisopname kost tussen de 3.000 en 12.000 euro, afhankelijk van hoe ernstig de situatie is. Zelfs een griep waarvoor opname nodig is, kost al meer dan 3.400 euro. Een blindedarmontsteking komt uit op bijna 3.900 euro.
Ook onderzoeken en kleine ingrepen zijn niet goedkoop. Een echo kost rond de 82 euro en een MRI-scan bijna 500 euro. Een botbreuk kan uiteindelijk tot 10.000 euro kosten, vooral als er een operatie en ziekenhuisopname nodig zijn. Daar komt vaak ook nog ambulancevervoer bij, goed voor zo’n 800 euro extra.
Mensen met een chronische ziekte zouden jaarlijks meer dan 4.000 euro kwijt zijn aan zorg als er geen sociale zekerheid zou bestaan. Om dit inzichtelijk te maken, sturen sommige regio’s zogenaamde informatieve rekeningen. Die hoef je niet te betalen, maar die laten wel zien hoeveel jouw zorg eigenlijk kost.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano