Het Spaanse woord of zin van de dag (200) ¡OLE!

123rf
Beeld: 123rf

Het Spaanse woord of zin van de dag (200) ¡OLE!

Dit artikel is 2 jaar oud en kan dus niet meer actueel zijn.

Veel lezers spreken, schrijven en begrijpen het Spaans waarschijnlijk al maar er zullen ongetwijfeld ook veel lezers zijn die de Spaanse taal nog niet zo goed of helemaal niet onder de knie hebben. Daarom behandelen we in samenwerking met Supergoed Spaans Leren elke dag een Spaans woord, gezegde of zin en geven daarbij de juiste uitspraak. Doe je ook mee!

Deze ‘palabras españolas’ ofwel Spaanse woorden zijn gebaseerd op het castellano (uitspraak: kastejano – castiliaans), het zogenaamde algemeen beschaafd Spaans. Het komt erg vaak voor dat een Spaans woord diverse betekenissen heeft of in andere hoedanigheid gebruikt kan worden. 

Jouw taalbegeleidster is Cintha van Marrewijk en zij leert iedereen snel en makkelijk Spaans via www.supergoedspaansleren.nl

Vrijdag 5 februari 2021

El viernes 5 de febrero de 2021
uitspraak: el bjernes cinko (slissende c) de febrero de dosmielbeentioeno

En we gaan door naar de 300. Heb je een verzoek voor het Spaanse woord laat het mij weten via info@supergoedspaansleren.nl of via www.supergoedspaansleren.nl

Ik heb één Gratis LIVE Spaanse les die ik deze maand op meerdere tijdstippen geef, zodat iedereen een keer kan meedoen. https://event.webinarjam.com/register/1/z3rvgtx Er komt geen opname van. Je leert en oefent hier mannelijk/vrouwelijk – SER + ESTAR – we doen een oefening – belangrijke Spaanse zinnen, zodat je altijd gelijk antwoord kunt geven in het Spaans. Echt superleuk. Alleen internet nodig, geen camera of microfoon.

Cada viernes un ejercicio – uitspraak: kada bjernes oen egercicio (slissende c) Elke vrijdag een oefening. En maandag krijg je de antwoorden op de oefening.

Oefening: Maak een zin met elk onderstaand woord en plaats deze in de Besloten Facebook Groep: www.facebook.com/groups/gratisspaanselessen

  • ¿Qué? – wat?
  • ¿Quién? – Wie?
  • ¿Quiénes? – Wie? (meervoud)
  • ¿Cuál? – Wat, welke?
  • ¿Cuáles? – Wat, welke? (meervoud)
  • ¿Dónde? – Waar?
  • ¿A dónde? – Waarheen?
  • ¿Cómo?  Hoe?
  • ¿Por qué? – Waarom?
  • ¿Cuándo? – Wanneer?

Te deseo un buen fin de semana (uitspraak: te deseo oen bwen fin de semana) – Ik wens je een fijn weekend.