Internationale Dag van de Chocolade wordt ook in Spanje gevierd op 13 september

Internationale Dag van de Chocolade wordt ook in Spanje gevierd op 13 september
Beeld: Canva

Internationale Dag van de Chocolade wordt ook in Spanje gevierd op 13 september

MADRID – Wie houdt er nu niet van chocolade en ook in Spanje eet men graag een stukje pure, melk of witte chocolade en alle varianten die er zijn. Op 13 september wordt jaarlijks de ‘International Chocolate Day’ gevierd en ook in Spanje eet men dan even wat meer chocolade dan normaal. Maar waarom wordt deze dag gevoerd en wist je dat er dankzij de Spanjaarden nog een andere chocolade-dag is en dat chocolade überhaupt bestaat in Europa?

Wist je dat in Spanje in het corona-jaar 2020 maar liefst 186 miljoen kilo chocolade werd gegeten? Een stijging van 24 miljoen kilo ten opzichte van 2019. Maar niet alleen in Spanje maar chocoladeliefhebbers over de hele wereld vieren op 13 september feest want het is de ‘International Chocolate Day’. Deze datum is gekozen omdat in 1857 Milton Snavely Hershey werd geboren in de Verenigde Staten. Hij was een banketbakker en de oprichter van de ‘Hershey Chocolate Company’, producent van de populaire Hershey-melkchocoladereep. Deze chocolade wordt in Europese landen niet zoveel gegeten maar heeft wel invloed gehad op alle chocoladerepen die daarna wereldwijd volgden.

Maar naast 13 september is er nog een andere dag waarop men het bestaan van chocolade viert. Elk jaar op 7 juli staat men stil bij het feit dat in het jaar 1550 chocolade voor het eerst door de Spanjaarden in Europa werd geïntroduceerd. Hernán Cortés, de veroveraar van Mexico, nam het rond 1521 mee naar Spanje. Daar werd het al snel populair. Pas twee eeuwen later zouden de Fransen volgen en werd de eerste chocoladereep gemaakt in Engeland.

Iets meer over chocolade

In Mexico werd chocolade genuttigd als een bittere drank en gebruikt in sauzen. De Maya’s en Azteken dronken een cacaodrank, xocoatl, vaak op smaak gebracht met vanille, chilipeper en piment. De drank zou vermoeidheid tegengaan en lustopwekkend werken.Toen Christoffel Columbus terugkeerde naar Spanje van zijn vierde reis naar de nieuwe wereld, bracht hij onder andere een lading cacao mee. 

Er werd geen acht op geslagen door het hof en ook door de conquistadores in Mexico, omdat ze het uiterlijk en de smaak niet aantrekkelijk vonden. Maar conquistador Hernán Cortés zag de potentie van de drank en ging ermee naar keizer Karel, die in die tijd heerste over Duitsland, Nederland, Oostenrijk, delen van Italië, Spanje en grote delen van Latijns-Amerika.

Cacao werd als heilig beschouwd door de Maya-beschaving. Desondanks was het niet voorbehouden aan de rijken en machtigen, maar was het voor bijna iedereen beschikbaar. In veel huizen werd bij elke maaltijd genoten van dikke chocolade. De Azteken bewonderden chocolade nog meer. Ze geloofden dat cacao door de goden naar de aarde was gekomen. Het was zo waardevol dat het deel uitmaakte van het monetaire systeem en meer waard was dan goud. 

In tegenstelling tot de Maya’s, waren het in de Azteekse wereld de hogere klassen die er het meest van genoten. De lagere klassen dronken het alleen bij speciale gelegenheden. De Azteekse keizer Moctezuma II dronk naar verluidt meer dan 50 porties per dag. Hij was degene die chocolade in gouden kelken serveerde aan zijn Spaanse gasten, waaronder Hernán Cortés. Hoewel het voor de Spaanse smaak zeer bitter en zuur was, deed wat suiker wonderen. De nieuwe drank die Cortés rond 1521 introduceerde leidde ook in Europa tot grootverbruik.

De warme chocolademelk waar Europa zo dol op zou worden, werd voor het eerst gemaakt in het Monasterio de Piedra in de provincie Zaragoza. De drank werd al snel populair onder de Spaanse aristocratie en veroverde het land. Spanje sprong daar op in door cacao aan te planten in zijn overzeese koloniën. Je kunt het nu haast niet meer geloven, maar de kunst van het chocola maken wisten de Spanjaarden bijna 100 jaar geheim te houden.

Twee eeuwen later werd Madrid volledig overspoeld door chocolade en werd er meer dan vijf ton per jaar geconsumeerd. In de zeventiende eeuw werd chocola ook in Frankrijk populair doordat Anna van Oostenrijk, dochter van koning Filips III van Spanje en koningin van Frankrijk, het in het land van haar man introduceerde. Het begon aan het Franse hof en breidde zich kort daarna uit over het hele land. Niet veel later werden de eerste chocoladerepen gemaakt in o.o Engeland en Zwitserland. Heel Europa was sindsdien hooked aan chocolade.