Oudste schoenen Zuid-Europa in een grot in Granada gevonden

Oudste schoenen Zuid-Europa in een grot in Granada gevonden
Beeld: MUTERMUR / web

Oudste schoenen Zuid-Europa in een grot in Granada gevonden

Dit artikel is 10 maanden oud en kan dus niet meer actueel zijn.

Granada is vanaf nu niet meer alleen bekend vanwege het prachtige Alhambra, maar ook vanwege een belangrijke archeologische vondst. Een team van onderzoekers heeft een grote verzameling manden en sandalen van grasvezels (esparto) onderzocht die zijn gevonden in een grot in Granada. De manden en sandalen zijn gemaakt door jager-verzamelaars die in het gebied woonden tussen 7500 en 4200 voor Christus.

De ‘Cueva de los Murcielagos’ (Grot van de Vleermuizen) is een belangrijke archeologische vindplaats uit het Neolithicum in de gemeente Albuñol in de provincie Granada (Andalusië). De grot ligt op een hoogte van 450 meter boven de zeespiegel en is moeilijk toegankelijk. De grot is uniek omdat organische materialen er goed bewaard zijn gebleven. De grot werd al in 1831 ontdekt door Juan Martín, die in het interieur een grote hoeveelheid vleermuizenpoep vond.

Veertig jaar na de ontdekking van de grot werd deze door een mijnbouwbedrijf geëxploiteerd. Tijdens de werkzaamheden werden de gedeeltelijk gemummificeerde lichamen van 68 individuen gevonden, samen met een grafgift dat bestond uit botpennen, pijlpunten, stenen gereedschappen en resten van manden en een twintigtal sandalen van esparto, een vezel dat wordt gewonnen uit twee soorten grassen en een erg sterk materiaal is en tegenwoordig nog steeds gebruikt wordt voor het maken van onder andere espadrilles.

Onwetendheid zorgde ervoor dat veel archeologische vondsten uit de ‘Cueva de los Murcielagos’ verloren gingen. Ze werden gebruikt als brandstof, verdeeld onder de bewoners of simpelweg vergeten. Alleen de schedel van een kind is bewaard gebleven in het Nationaal Archeologisch Museum van Madrid. 

Dankzij recent onderzoek is echter ontdekt dat de manden en sandalen uit de grot de oudste zijn van heel Zuid-Europa. Ze zijn gemaakt door de eerste neolithische landbouwgemeenschappen. Het onderzoek, dat onlangs werd gepubliceerd in het tijdschrift Science Advances, heeft de grondstof en de gebruikte technologie bestudeerd. Na koolstof-14-dateringen is vastgesteld dat deze voorwerpen dateren uit 7.500 en 4.200 voor Christus.

Ga naar de inhoud